Publiekslezing op zaterdag 7 februari.
Locatie: Aviodrome, Lelystad Airport, Aanvang 10:30 uur (zaal open vanaf 10:00 uur).
Toegang tot de zaal is uitsluitend mogelijk na aanmelding via de website www.nationaalruimtevaartmuseum.nl en na betaling van de kosten van deelname.
Zie onder Contact (rechtsboven in het menu) of klik op de knop "Naar inschrijving Lezing" (hieronder) voor het aanmeldingsformulier.
De Melkweg
Door: Prof. Henny J.G.L.M. Lamers (Astronomisch Instituut, Universiteit van Amsterdam)
Op een heldere en donkere zomernacht kunnen we aan de hemel van horizon tot horizon een vage band zien: “de Melkweg”.
De Melkweg is een enorme verzameling van een paar honderd miljard sterren en een groot aantal gaswolken, waaruit sterren ontstaan. Het is een platte schijf met een diameter van ca 100 000 lichtjaar en een dikte van duizenden lichtjaren. Het heeft prachtige spiraal armen. In het centrum zit een reusachtig zwart gat van meer dan 4 miljoen maal de massa van de zon. Uit de bewegingen van sterren is afgeleid dat er ook enorm veel “donkere materie” in en door de Melkweg zit.
In deze voordracht wordt de bijzondere structuur van de Melkweg besproken. Wat zijn spiraalarmen en hoe ontstaan ze? Hoe weten we dat er in het centrum een zwaar zwart gat zit? Hoeveel donkere materie is er, waar zit het en vooral: wat kan het zijn?
Ook wordt het ontstaan van de Melkweg uit het samengaan van ontelbare kleine sterrenstelsels behandeld. De gevolgen daarvan kunnen we nu nog zien. Ook de toekomst van de Melkweg als die over 4 miljard jaar gaat botsen met ons naburig zwaardere stelsel, de Andromeda nevel, wordt niet vergeten.
Deze en andere kwesties komen aan bod in deze lezing waarin ruim tijd is voor vragen.
Het Andromeda stelsel De spiraal struktuur van de Melkweg
dat veel op onze Melkweg lijkt. afgeleid uit infrarood waarnemingen.
Opname van het zwarte gat Kleine stelsels die zijn
in het centrum van de Melkweg. ingevangen door de Melkweg.
Presentator: Henny Lamers (Huissen, 6 juni 1941) studeerde sterrenkunde in Nijmegen, Utrecht en Princeton. Hij is emeritus hoogleraar "Astrofysica en Ruimte Onderzoek" aan de Universiteit Utrecht en Amsterdam. Zijn onderzoeksterrein bestrijkt vele facetten van ster-evolutie, sterwinden, massaverlies en het ontstaan en uiteenvallen van sterhopen. Hij publiceerde meer dan 400 wetenschappelijke artikelen in vaktijdschriften. Als gastdocent gaf hij colleges aan de universiteiten van Florence, Rome, Seattle, Rio de Janeiro, Santiago de Chili en Seoul. In 2003 werd hij gekozen als docent van het jaar van de Faculteit Natuur- en Sterrenkunde en genomineerd als docent van het jaar van de Universiteit Utrecht. In dat zelfde jaar werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Hij is erelid van de American Astronomical Society. Er is een planetoide naar hem vernoemd.
Hij publiceerde meer dan 40 populaire artikelen over sterrenkunde en gaf meer dan 950 populaire voordrachten in veel landen voor allerhande publieks-groepen (o.a. tijdens een rafting trip op een rubber vlot door de Grand Canyon) en schreef 5 populaire AstroBoekjes. Vanaf de oprichting in 1999 tot 2006 was hij voorzitter van de Minnaert Commissie voor popularisatie van de sterrenkunde in Nederland.

